Doctor Pauling, waarom was hij zo beroemd? Vitamine C en haar rol als een antiverouderings anti-oxidant

Doctor Pauling, waarom was hij zo beroemd? Vitamine C en haar rol als een antiverouderings anti-oxidant

Een van de bekendste voorstanders van een hoge dosis vitamine C als preventie tegen tal van ziekten was dokter Linus Pauling, een biochemicus en vredesactivist, die tweemaal de Nobelprijs ontving.
In een groot onderzoek dat meer dan tien jaar in beslag nam, ontdekte men dat mannen, die dagelijks een dosis van 800mg vitamine C slikten, minder vaak hartkwalen kregen en tot zes jaar langer leefden dan zij die niet meer dan de dagelijks aanbevolen dosering van 60 mg/dag binnen kregen.
Vitamine C kan indien het in een hoge dosering intraveneus wordt toegediend zelfs selectief tumorcellen doden.

Vitamine C is de allerbekendste en best onderzochte anti-oxidant die we kennen en veel van haar gezondheidsvoordelen zijn in de loop van jaren duidelijk aangetoond, met name in het voorkomen en behandelen van infectieziektes.

Terwijl de meeste dieren zelf vitamine C produceren, zijn er drie diersoorten die dat niet kunnen: cavia's, primaten (alle apensoorten) en mensen moeten allemaal vitamine C uit voeding halen.
Vitamine C heeft talloze functies in het lichaam, waaronder haar functie als co-factor bij talloze enzymprocessen.

Als co-factor speelt vitamine C een belangrijke rol bij de lichaamseigen productie van collageen, carnitine en catecholamines.
Vitamine C is ook belangrijk voor wondheling, het repareren en onderhouden van gezonde botten en tanden en is daarnaast belangrijk om ijzer op te kunnen nemen in het lichaam.

Als krachtige anti-oxidant voorkomt vitamine C ook celschade door vrije radicalen. Vrije radicalen kunnen gaandeweg het verouderingsproces versnellen en bijdragen aan het ontstaan van hartkwalen en andere aandoeningen.
Vanwege haar eigenschap als krachtige anti-oxidant wordt vermoed dat vitamine C ook belangrijk is om het hart gezond te houden.

Linus Pauling 'De Vitamine-C man'

Een van de belangrijkste voorvechters van een hoge dosering vitamine C bij verkoudheid en andere ziekten was dokter Linus Carl Pauling (1901-1994), een biochemicus en vredesactivist die voor beide activiteiten een Nobelprijs won, de ene voor scheikunde in 1954 en de andere voor de vrede in 1962.

Linus Pauling is volgens de New Scientist een van de 20 belangrijkste wetenschappers aller tijden. Hij zou bijna een 3e keer de Nobelprijs hebben ontvangen, maar Watson en Crick waren hem net voor toen ze deze kregen voor de opheldering van de structuur van DNA.
Ondanks het feit dat Pauling een alom gerespecteerde wetenschapper was, werd hij door de medische gemeenschap uitgelachen vanwege zijn opvattingen over vitamine C.

Deze opvattingen publiceerde hij in een viertal boeken : 'Vitamin C and the Common Cold'(1970), opgevolgd door "Vitamin C, the Common Cold and the Flu" (1976), 'Vitamin C and Cancer' (1979), en 'How to Feel Better and Live Longer' (1986).
Velen waren van mening dat Pauling zich door zich te buigen over voeding, bemoeide met zaken waar hij geen verstand van had  en daardoor werd hij grotendeels genegeerd in de gangbare medische en voedingswetenschap.

Had Pauling misschien toch gelijk?

De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) vitamine C die we dienen in te nemen om scheurbuik te vermijden is een miezerige 40-60 mg per dag. Pauling echter beval een veel hogere dosering aan van 1.000mg per dag en liefst nog veel meer.
Naar verluidt nam Pauling zelf dagelijks een dosis in van wel 12.000 mg (12 gram). Dit deed hij na de ontdekking dat dierenartsen voor primaten een veel hogere ADH hanteerden dan voor mensen.
Pauling rekende vervolgens de door dierenartsen aanbevolen dosering voor apen om naar die voor mensen en kwam zodoende op een aanbevolen dosering van zes gram per dag, wel 200x hoger dan de officiële ADH.
Pauling stierf uiteindelijk in 1994 op 93-jarige leeftijd aan prostaatkanker. Maar de belangstelling voor hoge doseringen vitamine C stierf daarmee niet uit, integendeel.

Gaandeweg is er steeds meer onderzoek gedaan naar vitamine C en men begint te beseffen dat er meer waarheid zit in de weggehoonde claims van Pauling dan men altijd dacht.
Meer en meer onderschrijven de onderzoeksresultaten zijn beweringen.

UCLA onderzoekers bevestigen dat vitamine C beschermt tegen hartkwalen

Er kwam meer aandacht voor vitamine C toen bekend werd dat nogal wat typische verouderingsziekten ontstaan door oxidatie. Aangezien vitamine C een krachtige anti-oxidant is, kan het als preventief middel gebruikt worden tegen hartkwalen.
Dit werd bevestigd door een grootschalig onderzoek, vericht door dr James Engstrom van de UCLA, waarbij mannen 10 jaar lang gevolgd werden. Mannen, die gemiddeld 800mg vitamine C per dag consumeerden, kregen minder hartkwalen en leefden gemiddeld 6 jaar langer dan zij die niet meer dan de aanbevolen 60mg per dag binnen kregen.

In een ander onderzoek (gepubliceerd in 1996) met elfduizend ouderen bleek dat ouderen, die hooggedoseerde vitamine C en E slikten, een 42% lagere sterftekans hadden.

Laaggedoseerde multivitamines, die je maar 1x per dag slikt, hadden nul effect op de sterftekans. In wel 40 studies werd aangetoond dat mensen, die een vitamine-C rijk dieet volgden, minder vaak kanker kregen.

Vitamine C blijkt selectief tot celdood te leiden bij tumorcellen

Dr. Riordan ontdekte dat de meeste kankerpatiënten aan vitamine-C gebrek leden, vooral diegenen die in een vergevorderd stadium verkeerden.
In een onderzoek waarbij hij mensen wel 15 jaar achtereen volgde, bleek dat vitamine C in staat is om celsterfte te triggeren bij tumorcellen.
Tumorcellen nemen grote hoeveelheden vitamin C op, waardoor weefsels uiteindelijk een tekort krijgen aan vitamine C.

Tumorcellen gebruiken glucose als hun voornaamste energiebron en hebben darvoor zogenaamde 'glucose transporteurs' nodig om glucose actief de cel binnen te krijgen.
Bij de meeste dieren wordt vitamine C op simpele wijze aangemaakt in maar 4 stappen. Toevallig lijkt de molecuulformule van vitamine C sterk op die van glucose.
Tumorcellen zouden daarom wel eens vitamine C aan kunnen zien voor glucose. Een andere theorie is dat vitamine C als antioxidant gebruikt wordt. Hoe dan ook, vitamine C stapelt zich vooral op in tumorcellen.

Zodoende wordt de concentratie van vitamine C in tumorcellen enorm hoog als het aanbod maar hoog genoeg is. In zeer hoge concentraties gaat vitamine C zich juist als een 'pro-oxidant' gedragen omdat het dan gaat reageren met het in een cel aanwezige koper en ijer. Bij deze chemische reactie ontstaan kleine hoeveelheden waterstofperoxide.

Omdat in tumorcellen maar weinig van het enzym katalase aanwezig is, kan de gevormde waterstofperoxide niet worden omgezet en zal de concentratie waterstofperoxide steeds hoger worden tot de cel op een gegeven moment van binnenuit oplost! Hierdoor kan een hoge dosis aan intraveneus ingespoten vitamine C werken als een niet-giftige chemotherapie, samen met andere conventionele therapieën.

Voortbouwend op het werk van anderen, ontdekte dr Riordan dat vitamine C selectief giftig bleek te zijn voor tumorcellen zodra het intraveneus werd toegediend. Dit onderzoeksresultaat werd later herhaald en eveneens aangetoond door dr Mark Levine bij het toonaangevende NIH (National Institutes of Health)

Vitamine als extra therapeutisch middel bij tumoren

Onderzoekers van een andere onderzoeksinstelling in New York publiceerden een artikel waarbij werd aangetoond dat hoge doseringen vitamine C ook effectief zijn in het doden van specifieke typen darmkankercellen, die ontstaan zijn door genetische afwijkingen.

"Aangezien ruim de helft van de darmtumoren ontstaan door mutaties in KRAS en BRAF genen, geloven onderzoekers dat het zeker nut heeft om meer onderzoek te verrichten naar therapeutisch gebruik van vitamine C bij darmkanker"
Volgens het National Cancer Institute, zijn er soortgelijke resultaten bij onderzoeken naar de effecten van hoge doseringen vitamine C op de groei van prostaat, alvleesklier, lever en darm tumorcellen.
Het NCI erkent ook dat intraveneus toegediende vitamine C ook een aantal bijverschijnselen kan tegengaan bij conventionele behandelingen zoals vermoeidheid, misselijkheid, overgeven, pijn en gebrek aan eetlust.
Ondanks al deze voordelen is het Amerikaanse FDA (Food and Drug Administration) er nog steeds niet toe over gegaan om intraveneuze behandeling van tumoren of andere ziekten te erkennen als valide behandeling.

Vitamin C-tekort is mogelijk een risicofactor voor hersenbloedingen

Iedereen weet dat bij vitamine-C gebrek, scheurbuik het gevolg kan zijn. Minder bekend is dat er ook een aantal andere ziekten kunnen staan, zoals bijvoorbeeld een grotere kans op hersenbloeding.
Volgens de onderzoekers kan vitamine C-gebrek beschouwd kunnen worden als een voorname risicofactor voor dit soort ernstige hersenbloedingen.
Ze wijzen er ook op dat in eerder onderzoek bleek dat vitamine C ook in staat is voor een normale bloeddruk te zorgen en dat een hogere bloedserumspiegel van vitamine C de kans op hersenbloeding met 40% verlaagde.

In een 20-jaar durende Japanse cohortstudie bleek dat mensen met de hoogste bloedserumwaarde voor vitamine C, een 29% lagere kans hadden op hersenbloeding in vergelijking met de groep met de laagste bloedserumwaarden.
Bovendien hadden zij, die 6-7 dagen per week groenten consumeerden, een 54% lager risico op hersenbloeding dan zij, die maar 2 dagen (of nog minder vaak) per week groenten aten.

De achterliggende oorzaak hiervoor bleek dat vitamine C een behoorlijk grote invloed heeft op de bloedvatwand. Vitamine C is in staat om bloedvaten te laten verwijden. Bovendien is er vitamine C nodig voor de vorming van collageen, wat nodig is om bloedvatwanden sterk te houden.
Een gebrek aan vitamine C leidt er toe dat bloedvatwanden zwak worden, wat leidt tot scheurbuikachtige symptomen zoals onderhuidse bloedingen of in het ergste geval tot een dodelijke hersenbloeding.

Vitamine C heeft veel gezondheidsbevorderende functies

Vitamine C heeft twee belangrijke functies in het lichaam die haar grote positieve invloed verklaren op de gezondheid. Als eerste is het een krachtige anti-oxidant.
Daarnaast is vitamine C een co-factor voor een groot aantal enzymprocessen.
Daarnaast is vitamine C een zogeheten 'reductor', dwaz. het doneert electronen aan andere moleculen, waardoor oxidatie vermindert. Aldus de woroden van het Linus Pauling Instituut:

"Vitamine C is de voornaamste wateroplosbare, antioxidant in plasma en weefsels. Zelfs in kleine hoeveelheden kan vitamine C belangrijke moleculen in het lichaam zoals eiwitten, vetten, koolhydraten, nucleotiden (DNA/RNA) beschermen tegen vrije radicalen en reactieve zuurstof-soorten (ROS) die ontstaan tijdens een normale stofwisseling in actieve immuuncellen en door blootstelling aan gifstoffen en verontreiniging. ..."
Vitamine C is ook belangrijk voor vitamine E omdat het deze uit haar geoxideerde vorm terug laat vormen naar de gereduceerde vorm. Ook is vitamine C betrokken bij de omzetting van cholesterol naar galzouten, die van groot belang zijn om te voorkomen dat er een overmaat aan cholesterol en galstenen ontstaan.
Vitamine C zorgt er ook voor dat het lichaam in staat is om ijzer uit voeding op te nemen en speelt een belangrijke rol in het ontgiftingsproces omdat het een heel gamma aan gifstoffen helpt te neutraliseren en verwijderen.

Symptomen van een vitamine C-tekort

Een serieus gebrek aan vitamine C komt zelden voor. Veel eerder is er sprake van een vrij lage waarde. Dit komt vaker voor bij ouderen, omdat zij vanwege hun leeftijd minder vitamine C uit voeding kunnen opnemen. Rokers hebben een hogere dosis vitamine C nodig omdat ze hun lichaam aan veel meer gifstoffen blootstellen.
Tekenen, die er op wijzen dat iemand een vitamine C-tekort heeft zijn: droog haar met gespleten uiteinden, neusbloedingen, slechte wondheling, bloedend of ontstoken tandvles, ruwe droge of schilferige huid, sneller kneuzingen oplopen en minder goed in staat zijn om infecties het hoofd te bieden.

Hoe verhoog ik mijn inname van vitamine C?

De beste manier om te zorgen voor een hogere vitamine-C spiegel is door een veel verschillende verse onbespoten groenten en fruit te eten. Een groot aantal mensen die vertrouwen op matuurgeneeswijzen, geloven dat de beste aanpak is om ascorbinezuur te combineren met andere stofjes, met name microvoedingsstoffen zoals bioflavonoïden en andere verbindingen die alle mogelijke voordelen bieden.

Eet dus vooral kleurrijke voeding (dat wil zeggen veel groenten) waardoor het lichaam automatisch de plantaardige voedingsstoffen binnenkrijgt, die het nodig heeft.
Een van de eenvoudigste manieren om genoeg groenten binnen te krijgen is door zelf groentesappen te maken. Of eenvoudigweg door verse citroenen uit te persen en deze aan een karaf drinkwater toe te voegen.

Vitamine C-rijke groenten zijn paprika, chilipeper, spruitjes, broccoli, artisjok, (zoete) aardappelen, tomaat, bloemkool en boerenkool.
Vitamine C-rijke vruchten zijn papaya, aardbeien, sinaasappels, kiwi, grapefruit en meloen.

Wat is belangrijk om te weten over vitamine C-supplementen

Vaak is het gewoon beter om toch extra vitamine C te slikken. Een effectieve vorm van vitamine C is liposomaal, waardoor een aantal van de nadelen van ascorbinezuur (de traditionele vormen van vitamine C) niet ontstaan, zoals maagbezwaren, waardoor je er veel meer van kunt opnemen.
Een andere goed opneembare vorm is gebufferde vitamine C oftewel natriumascorbaat, die o.a. vermarkt wordt onder de merknaam Ester-C. Deze wordt ook goed verdragen.

Het is belangrijk er aan te denken dat vitamine C het beste verdeeld over de dag kan worden om te zorgen dat het bloedplasma gelijkmatig verhoogd wordt.
Aangezien de nieren normaal gesproken heel snel de vitamine C via de urine laten verdwijnen, kan het gespreid innemen ervoor zorgen dat de plasmaconcentraties hoog blijven. Veel hoger dan wanneer alles in 1x geslikt wordt. Dat is te zeggen, tenzij er gebruik gemaakt wordt van een tablet met vertraagde afgifte.

Zoals het Linus Pauling instituut ook opmerkt, wordt de plasmawaarde van vitamine C door 3 factoren beïnvloed: opname vanuit de darmen, weefseltransport en opname via de nieren.
Een inname van 30 tot 100mg per dag leidt al tot een aanzienlijke stijging van de plasmawaarden.
Bij een inname van 200 tot 400mg per dag bereiken jonge gezonde volwassenen een plasmawaarde van 60-80 micromol per liter, waarbij opgemerkt dient te worden dat kleine porties van 200mg het meest effectief zijn gebleken in het maximaliseren van de plasmawaarden.

Get every new article on your mail