De darm-brein as: over de relatie tussen darmflora en onze hersenen

Gezonde darmen, een gezond brein

Weinig mensen beseffen dat het aantal micro-organismen, dat in en op ons lichaam leeft 10x zo groot is als het aantal cellen in ons lichaam. Deze micro-organismen, die we vaak voor het gemak darmflora noemen (maar die ook in de mond en de maag leven) vormen een compleet ecosysteem dat voornamelijk bestaat uit bacteriën, maar ook virussen, archae (oer-bacteriën), protozoën en schimmels.

Nog minder bekend is dat de darm-microben de gezondheid van hun gastheer in zeer sterke mate bepalen, die verder gaat dan de darm zelf, maar zich ook uitstrekt tot het immuunsysteem en de omzetting van voedingsstoffen (zoals vetzuren, glucose en galzuren) evenals medicijnen en onverteerbare polysacchariden. Er worden daarbij ook vitamines en biologisch werkzame moleculen aangemaakt.

Gedurende ons hele leven verandert de samenstelling van de darmflora met als meest dramatische verandering die in de fase tussen de geboorte en het eerste levensjaar.
Ofschoon het waar is dat de grootste 'inenting' van een baby plaats vindt tijdens de geboorte via natuurlijke weg, is het niet zo dat het darmkanaal van de baby steriel blijft tijdens de zwangerschap omdat kleine hoeveelheden bacteriën via de placenta binnen komen.
Na de eerste grote wijzigingen in de samenstelling van de darmflora verandert er tot op hoge leeftijd niet zo heel erg veel.

Althans, bij een gelijkblijvend dieet in een gezonde volwassene omdat het wel degelijk zo is dat externe factoren, zoals leefstijl, het gebruik van antibiotica en vaccinaties evenals ziekte grote invloed kunnen hebben op de samenstelling van de darmflora.
Een verandering van eetpatroon, vooral door het consumeren van meer of juist veel minder voedingsvezels, kan de samenstelling van de darmflora binnen enkele dagen behoorlijk beïnvloeden.
Wanneer de verandering negatief is, kan dit leiden tot een zogenaamde 'dysbiose' , wat gekenmerkt wordt door een overmaat aan potentieel ziekteverwekkende organismen.
Een verandering in de delicate balans tussen 'goede' en 'slechte' micro-organismen kan leiden tot een zogenaamde 'lekkende darm' omdat de darmwand dan poreus wordt en als gevolg daarvan chronische ontstekingen ontstaan. Uiteindelijk kan dit zelfs ons brein ziek maken omdat het centrale zenuwstelsel door ontstekingen ook direct beïnvloedt wordt.
Dus, hoe ongelooflijk het ook mag klinken, een ongezonde leefstijl kan een ziek brein tot gevolg hebben.

Gelukkig zijn in de afgelopen 10 jaar steeds meer mensen aan de slag zijn gegaan om hun darmgezondheid te verbeteren.

Hoe beïnvloedt ons dieet de darmflora?

Het maagdarmkanaal bevat meer dan 10.000 verschillende micro-organismen die een heel gamma aan voedingsstoffen en energiebronnen nodig hebben om te kunnen gedijen. Een eetpatroon met te weinig variatie en een te lage inname van essentiële voedingsstoffen verhindert dat de darmflora goed kan gedijen op het lichaam, waardoor er een dysbiose in de darmen ontstaat.

Het moge duidelijk zijn dat ons Westers dieet in de afgelopen 50 jaar een steeds groter aandeel bevat van vettig junkfood en suikerrijke snacks en steeds minder voedingsvezels bevat.
En alsof dit nog niet erg genoeg is, bewegen we ook steeds minder, wat ook leidt tot minder darmbewegingen, wat de dysbiose nog erger maakt en ook leidt tot chronische ontstekingsziekten, zoals hart- en vaatziekten, overgewicht, depressie, allergieën, diabetes en auto-immuunziekten.

Factoren, die de samenstelling van de darmflora gunstig beïnvloeden zijn de consumptie van veel voedingsvezels, groenten, fruit, omega-3 vetzuren (vette vis) en enkelvoudig onverzadigde vetzuren (noten, olijfolie).
Factoren die de darmflora ongunstig beïnvloeden zijn een te hoog aandeel van vetten en vlees in het dieet.
Voor diegene onder ons die een low-carb dieet aanhangen (ketodieet of Paleodieet) is het een geruststellend idee te weten dat je door de balans in de vetsamenstelling van het dieet te verschuiven naar meer geconjugeerd linoleenzuur (CLA zoals aanwezig in melk) en korte keten vetzuren (MCT, zoals aanwezig in roomboter of kokosolie) de negatieve gevolgen van een hoge vetinname teniet gedaan worden.

Ofschoon onderzoek aantoont dat een vegetarisch of zelfs een veganistisch dieet superieur is aan een Westers dieet wanneer je naar de samenstelling van de darmflora kijkt, is het niet zo dat een dieet met een hoog aandeel eiwit per sé slecht is.
Klaarblijkelijk ondervinden sporters, die een hogere eiwitbehoefte hebben dan gemiddeld om zo beter te kunnen herstellen en de voor hun sport benodigde spiermassa aan te maken, géén nadelige gevolgen van een hogere eiwitinname zoals de gemiddelde inactieve medemens dat doet.

Hersen-brein communicatie

Klaarblijkelijk beïnvloedt onze eetwijze voor een heel groot deel de gezondheid en de samenstelling van onze darmflora.
Het omgekeerde is ook waar, in die zin dat de samenstelling van onze darmflora bepaalt hoeveel de gastheer uit zijn/haar voeding ook daadwerkelijk het lichaam kan in'trekken', zoals het soort en de hoeveelheid vitamines en de korte keten vetzuren en andere moleculen, die door de darmflora worden aangemaakt.
Veel van deze moleculen, zoals serotonine en gamma-aminoboterzuur (GABA) hebben directe invloed op het enterische zenuwstelsel (EZS) in de darmen.
Vanwege de directe verbinding tussen het enterische en het centrale zenuwstelsel hebben deze moleculen ook directe invloed op de hersenfunctie en ons gedrag.

Deze darm-brein-as (gut–brain axis) waarbij communicatie in twee richtingen plaats vindt tussen de darm en het centrale zenuwstelsel, speelt een zeer belangrijke rol bij het zenden van signale tussen de twee zenuwstelsels (EZS en CZS), hormonen en het immuunsysteem.
Via dit zeer complexe netwerk kan de darm het brein beïnvloeden. Omgekeerd kan het brein ook de darmfunctie beïnvloeden.
Dit samenspel tussen de darmen en het brein is bijzonder ingewikkeld, maar laat ons volstaan te zeggen dat zowel ons dieet als de samenstelling van de darmflora dit proces kunnen beïnvloeden.
Eén van de vele factoren, die door de darmflora worden beïnvloed is ons lichaamssamenstelling omdat een gewijzigde samenstelling van de darmflora kan leiden tot een verhoogde energie-opname en daardoor ook tot een hoger lichaamsgewicht en vetmassa.

De menselijke darm werkt feitelijk als 1 groot endocrien (hormonaal) orgaan, dankzij de aanmaak van microbiële metabolieten en neuro-metabolieten zoals de hiervoorgenoemde korte-keten-vetzuren, vitamines en neurotransmitters die de darm-brein-communicatie beïnvloeden.

GABA en serotonine zijn neurotransmitters die het gedrag van de gastheer beïnvloeden. Deze neurotransmitters worden ofwel rechtstreeks door micro-organismen aangemaakt of zijn 'half-fabricaten, die ontstaan na verdere 'opwerking' in ons lichaam.
Bacteriën maken vooral korte-keten-vetzuren aan zoals boterzuur, proprionzuur en azijnzuur, die allen de hersenwerking kunnen beÍnvloeden, waarbij met name gedacht moet worden aan de eetlust.

Vanwege deze zogenaamde hersen-brein-as is het niet langer een vreemd idee om via een wijziging van het dieet en als gevolg daarvan een wijziging van de darmflora, psychische aandoeningen te willen verbeteren.
Vooral niet als je weet dat er verbanden zijn gevonden tussen een veelvoud aan psychische aandoeningen en een dysbiose van de darmflora.

Probiotische supplementen

Uit onderzoeken blijkt dat bepaalde bacteriestammen en dan met name Lactobacillus en Bifidobacteria de hersenfunctie kunnen verbeteren. Je zou daarbij kunnen spreken van "psychobiotica" (levende organismen, die de geestelijke gezondheid verbeteren).

Door onderzoek is aangetoond dat er een verband is tussen de samenstelling van de darmflora en gedrag. Aangezien de samenstelling van de darmflora beïnvloed kan worden door dieet, kan de samenstelling van dit dieet een grote rol spelen bij gedragsverandering.
Vanwege de veranderingen in het Westers eetpatroon met een te geringe inname van voedingsvezels en een te groot aandeel van junkfood, ontstaat een dysbiose, wat tot een verminderd leervermogen leidt.
Omdat overgewicht ook leidt tot een dysbiose in de darm, blijkt er een kern van waarheid te zitten in de gedachte dat dikkere mensen als dommer worden ervaren.
In het gemiddelde Westerse dieet wordt ook te weinig magnesium geconsumeerd, wat de samenstelling van de darmflora ook negatief beïnvloedt en leidt tot gevoelens van depressiviteit en angststoornissen.
Bij een ander onderzoek werd gekeken naar het effect van pre-biotica op psychische aandoeningen. Hierbij kregen patiënten drie weken lang een supplement op basis van GOS (galacto-oligosacchariden), wat de groei van bifidobacteriën bevordert, wat leidde tot een verlaagde afgifte van het stresshormoon cortisol, wat in sterke mate verband houdt met angststoornissen en depressie.

Conclusie

Het is wel duidelijk dat er veel belangrijke verbanden zijn tussen de darm en het brein voor wat betreft de stofwisseling, hormoonfunctie en zenuwfunctie.
De biljoenen microben en de (afval)stoffen die ze produceren in het maagdarmkanaal hebben in behoorlijke mate invloed op de al deze processen.

Er is momenteel nog vrij weinig bekend van de mate waarin deze stoffen invloed hebben op de hersenfunctie.
Dat komt ten dele ook omdat de verschillende lichaamsprocessen al ingewikkeld genoeg zijn, zodat het erg lastig wordt om te bepalen wat precies de invloed is van de stoffen, die door bacteriën worden geproduceerd.

Wat wel zeker is, is dat ons eetpatroon een verrassend grote invloed heeft op de samenstelling van de darmflora. Een verbetering van het eetpatroon kan niet alleen een gunstige invloed hebben op de darmflora, maar ook op de werking van ons brein.

Toevoeging van pre-biotica (oligosacchariden en vezels) en andere wijzigingen in het eetpatroon, waronder de keus voor een ander soort vetten en voor polyfenolen (uit donkergekleurd fruit, groenten, noten, thee, koffie, cacao en wijn) kunnen allemaal een positieve invloed hebben op de zogenaamde darm-brein as (gut-brain-axis).

Ons commentaar

Het is verbazingwekkend om te zien hoe de darm, die we voorheen nooit hadden gezien als iets met enig denkvermogen, kennelijk toch beschouwd kan worden als ons 'tweede brein'.
Een tweede brein, waarvan we de werking kunnen beïnvloeden door een gezonder eetpatroon met meer voedingsvezels en suppletie met goedaardige pre- en probiotica. 

Aan artikel gerelateerde producten

Get every new article on your mail