Goede en slechte oestrogenen: preventie van oestrogeen-gerelateerde soorten kanker

Goede en slechte oestrogenen

Een te hoog oestrogeengehalte wordt al langer als een risicofactor gezien voor met name borstkanker. Het risico daarop neemt met name toe vlak voor de menopauze, wanneer het oestrogeengehalte op zijn hoogst is.
Er kan onderscheid worden gemaakt tussen “goed” of “slecht” oestrogeen. Het “slechte” oestrogeen is een metaboliet, die krachtiger is en een verhoogd risico op borstkanker oplevert, terwijl het “goede” oestrogeen veel zwakker is en geen verhoogd risico op borstkanker geeft.

Gelukkig zijn er natuurlijke oplossingen beschikbaar die er voor zorgen dat het lichaam voornamelijk “goede” oestrogenen aanmaakt en het lichaam de “slechte” soort laat afstoten evenals de xeno-oestrogenen (lichaamsvreemd), waardoor het risico op bij vrouwen vaker voorkomende soorten kanker verlaagt.

Oestrogeen

Oestrogenen zijn heel belangrijke hormonen. Ofschoon ze zowel bij mannen als vrouwen aangemaakt worden, spelen ze met name bij vrouwen een rol als de belangrijkste vrouwelijke geslachtshormonen en als zodanig zijn ze betrokken bij de ontwikkeling van typisch vrouwelijke geslachtskenmerken (zoals borsten) en een regelmatige menstruatiecyclus.
Oestrogenen spelen een belangrijke rol bij maar liefst 400 verschillende lichaamsfuncties, waaronder het behoud van de elasticiteit en kracht van weefsels, hartgezondheid, stemming, botgezondheid en gezichtsvermogen.

Verschillende soorten oestrogenen

Er zijn veel verschillende soorten oestrogenen, wat best verwarrend kan werken.
De generikee naam 'oestrogeen' wordt gebruikt om alle soorten oestrogeen te beschrijven, niet alleen die door het menselijk lichaam worden gemaakt, maar zelfs ook de van nature in planten voorkomende oestrogen, die dan wel fyto-oestrogeen (phyto-estrogens) worden genoemd of die in de omgeving voorkomen (xeno-oestrogeen).
Besef wel, dat niet elk oestrogeen goed voor je gezondheid is, er zijn ook een aantal oestrogenen die schadelijk zijn voor de gezondheid. Hierboven hadden we het al over 'goede' en 'slechte' oestrogenen. De meeste xeno-oestrogenen vallen onder het kopje 'slechte'oestrogenen.

Xeno-estrogenen

Xeno-oestrogenen zijn stoffen die niet van nature voorkomen, maar afkomstig zijn uit door mensen vervaardigd materiaal, zijn het gevaarlijkst. De stoffen waar ze in zitten zijn oa. synthetische hormonen, bestrijdingsmiddelen en plastic.
De interactie tussen het lichaam is niet hetzelfde als die van natuurlijke oestrogenen en het is vaak erg moelijk om ze uit het lichaam te verwijderen.
Xeno-oestrogenen worden in verband gebracht met een verstoorde hormonale cyclus, wat tot verminderde vruchtbaarheid leidt en een verhoogd risico op kanker.

In hoeverre kunnen de werkzame stoffen in Estro Adapt daarbij helpen?

D-Glucaraat

D-glucaraat is een van nature voorkomende werkzame stof die door het lichaam in kleine hoeveelheden wordt aangemaakt, maar ook in veel soorten groenten en fruit wordt aangetroffen.
D-glucaraat speelt een uiterst belangrijke rol in het ontgiftingsproces van gifstoffen en carcinogenen.
Eén zo'n ontgiftingsproces staat bekend als 'glucuronideringsproces' waarbij schadelijke stoffen onwerkzaam worden gemaakt door deze aan glucaraat te koppelen. Op deze wijze worden kankerverwekkende stoffen, die we per ongeluk binnenkrijgen evenals een overmaat aan lichaamseigen oestrogenen onschadelijk gemaakt en daarna simpelweg uitgeplast.

Helaas gooit een bepaald enzym met de naam beta-glucuronidase nogal eens roet in het eten: ze doet namelijk het omgekeerde van wat wenselijk is en haalt het glucaraat juist van het onschadelijk gemaakte gifstofje af.
Patiënten met borstkanker , prostaatkanker of darmkanker blijken vaak een verhoogde concentratie van dit vervelende enzym in het bloed te hebben. Dit is het moment waar een hogere concentratie van D-glucaraat goed uitkomt.
D-glucaraat blijkt in staat te zijn om de werking van het enzym beta-glucuronidase af te remmen, wat het ontgiftingsproces bevordert.

Uit onderzoek blijkt dat D-glucaraat in muizen de ontwikkeling van borsttumoren met maar liefst 70% afremt.
Dankzij het feit dat calcium-D-glucaraat het enzym beta-glucuronidase afremt, kan een overmaat aan oestrogenen uitgeplast worden voor het weer opnieuw wordt opgenomen door het lichaam.
Hierdoor kan D-glucaraat er voor zorgen dat er een gezonde oestrogeenbalans ontstaat met een niet te hoog oplopend oestrogeengehalte in het lichaam. Bij ratten zorgt D-glucaraat voor een daling van de oestrogeenspiegel met 23%.
Uit onderzoeken met mensen blijkt dat D-glucaraat veilig is in het gebruik en dezelfde resultaten opleveren qua daling van het oestrogeengehalte als bij proefdieren.

DIM

DIM is een van nature voorkomende fyto-nutriënt die in kruisbloemigen zoals broccoli wordt aangetroffen. DIM blijkt de vorming van de 'goede' soort oestrogenen te bevorderen. Hierdoor kan DIM de balans in het lichaam door laten slaan naar de goede kant. Bij studies in 'vitro' met gekweekte tumorcellen werkt DIM sterk remmend op de celgroei van brostkanker en baarmoeder(hals)kanker. DIM blijkt een stop te zetten op het tot expressie komen van genen, die kankercellen laten groeien en andere genen, die dat voorkomen, te bevorderen.

Onderzoeken bij mensen zijn alvast veelbelovend. DIM wordt al gebruikt om een bepaalde ziekte te bestrijden die door het humane papillomavirus ontstaat (papillomatosis) en er is op het moment van schrijven [door AOR] een fase-3 studie voor dysplasia in de baarmoederhals.

Sulforafaan

Sulforafaan is een andere van nature voorkomende stof die in de koolsoortenfamilie wordt aangetroffen, wederom vooral bij broccoli. Sulforafaan stimuleert de natuurlijke zelfverdediging van het lichaam tegen chronische ziekten.
Het is een natuurlijke antioxidant die met name de enzymen voor het fase-2 ontgiftingsproces in de lever stimuleert.
De fase-2-ontgiftingsenzymen zorgen ervoor dat schadelijke gifstoffen en carcinogenen onschadelijk worden gemaakt.
Daarnaast blijkt ook dat sulforafaan zelf in staat is om direct ongewenste celdeling af te remmen en celdood (apoptose) van tumorcellen kan veroorzaken door een veelvoud van mechanismen.

Wat vrouwengezondheid aangaat, remt sulforafaan de ontwikkeling van borstkankercellen af evenals de 'expressie' van een oestrogenenreceptor, waardoor (slechte) oestrogenen zich niet meer zo goed kunnen binden aan oestrogenen receptoren waardoor er geen ongewenste celdeling plaats vindt.

Hopextract

8-prenylnaringenine (8PN) is een werkzame stof, die in hop wordt aangetroffen (een van de traditionele grondstoffen in bier) en wat een krachtig fyto-oestrogeen is.
De werking ervan is even krachtig, zoniet nóg krachtiger als van genisteïn (uit soja).
In onderzoek aan cellijnen blijkt dat 8PN in staatr is om de celdeling van borsttumorcellen af te remmen doordat processen die de oestrogeenreceptor normaal uitvoert, worden geblokkeerd. 8PN blijkt in proefdieren ook de vorming van nieuwe bloedvaatjes naar tumorcellen af te remmen.

8PN is ook geschikt voor vrouwen in de menopauze. Bij dubbelblind onderzoek (waarbij noch de onderzoeker noch de patiënt tijdens het onderzoek weet wie wat krijgt) blijkt dat inname van 8PN zorgt voor een significante afname van een aantal vervelende, bij menopauze behorende verschijnselen zoals opvliegers en nachtelijk zweten.
In proefdieren blijkt 8PN ook aderverkalking af te remmen en de cholesterolspiegel te laten dalen.
Men vermoedt dat 8PN de kans op aan (te laag) oestrogeen gerelateerde hart- en vaataandoeningen kan laten afnemen.
Dit hopextract van het merk Lifenol® is gestandaardiseerd om een werkzame hoeveelheid aan 8PN te bevatten en is ook de variant die is gebruikt bij een veelvoud aan klinische onderzoeken.

Choline

Uit bevolkingsonderzoek, dat gedaan is in 2008, blijkt dat vrouwen die het meeste choline consumeerden, de kleinste kans liepen op borstkanker. De onderzoekers die deze ontdeking deden, vermoeden dat choline ongewenste celdeling in tumorcellen kan afremmen, maar hoe dat kan is nog steeds niet duidelijk.

Risico voor mannen

Hoewel borstkanker vooral bij vrouwen voorkomt, is per 140 gediagnosticeerde gevallen er 1 van het mannelijk geslacht (ongeveer 0,7%).
Vermoed wordt dat het werkelijke aandeel hoger is, omdat mannen (en huisartsen) er amper van bewust zijn, dat ze borstkanker kúnnen krijgen en daarom ook niet doelbewust zoals dat vrouwen wordt aangeleerd, aan zelfonderzoek doen.  
Vooral mannen, waarvan er borstkanker in de familie voorkomt, doen er goed aan om net zoals hun vrouwelijke familieleden ook aan zelfonderzoek te doen.

Get every new article on your mail