Hoe zijn allergieën te voorkomen bij kinderen?

25-03-2017
door Yvana van den Hork

Kinderen, die in hun eerste levensjaar aan meer allergenen en bacteriën worden blootgesteld, krijgen later minder last van allergieën,astma of kortademigheid.
Onderzoekers kwamen er achter dat driejarigen, die voor hun eerste levensjaar werden blootgesteld aan huidschilfers van muizen, katten of kakkerlakken driemaal minder kans hadden op het ontwikkelen van allergieën,astma of kortademigheid dan kinderen die in huizen woonden waar deze huidschilfers niet voorkwamen.

De driejarigen in de studie, die geen last van kortademigheid kregen of allergieën ontwikkelden, woonden in een huis waar de hoogste concentratie aan allergenen voorkwam en ook de grootste variatie aan bacteriestammen.

In een ander recent onderzoek werden kinderen blootgesteld aan een combinatie van allergenen en een grote diversiteit aan bacteriën. De kinderen in de groep met het hoogste aantal allergenen en de grootste concentratie aan bacteriën hadden het laagste percentage allergieën en kortademigheid.

In dat recente onderzoek werden 467 stadskinderen gevolgd in de steden Baltimore, Boston, New York en St. Louis vanaf hun geboorte tot het derde levensjaar. De onderzoekers bezochten hun huizen en verzamelden stofmonsters in 104 huizen en onderzochten het soort en het gehalte aan allergenen in de leefomgeving van de kinderen.

De onderzoekers onderzochten de babies op het voorkomen van allergieën en kortademigheid door middel van bloed- en huidanalyses, lichamelijk onderzoek en door de ouders te ondervragen.

Ongeveer 41% van de kinderen die geen last hadden van kortademigheid of een allergie woonden in een huis dat barstte van de allergenen en bacteriën.
Daartegenover stond het gegeven dat slechts 8% van de kinderen die wel last hadden van kortademigheid en allergieën ook regelmatig in contact kwam met allergenen en bacteriën.

De onderzoekers kwamen erachter dat kinderen die blootgesteld werden aan alle 3 soorten allergenen (katten, kakkerlakken en muizen) de kleinste kans hadden op een allergie, kortademigheid of astma op 3-jarige leeftijd ten opzichte van kinderen die maar aan één of twee van deze allergenen werden blootgesteld.

Waarom blootstelling aan viezigheid en bacteriën zo goed uitpakt voor kinderen is nog niet precies opgehelderd.

Het werkingsmechanisme van dit beschermende effect is op dit moment nog niet bekend, maar er wordt vermoed dat het zelflerend vermogen van het immuunsysteem door blootstelling aan een veelvoud van bacteriën beter ontwikkeld wordt tijdens de eerste levensjaren van een kind.

Er wordt wel gesuggereerd door voorstanders van de zogenaamde "hygiëne hypothese" dat kinderen vandaag de dag niet meer aan genoeg viezigheid of bacteriën worden blootgesteld, waardoor het immuunsysteem dan te overdreven reageert op stoffen, die in feite onschuldig zijn.

Dit onderzoek toonde voor het eerst aan dat er een sterk verband is tussen het aantal bacteriën dat aanwezig is in het huisstof van huishoudens in de binnensteden en de prevalentie van allergieën bij kinderen die in diezelfde huishoudens opgroeien.

Het zou dus best eens zo kunnen zijn dat geldt dat met name de blootstelling aan heel veel verschillende bacteriën de kinderen, die in zo'n omgeving opgroeien, het beste beschermen.

In eerdere onderzoeken werd ook aangetoond dat een extreem schone omgeving het risico op allergieën juist verhoogt. Een echtpaar dat graag kinderen wil hebben zou er dus goed aan doen om eerst een paar honden of katten in huis te nemen.

Het vermijden van specifieke allergenen tijdens de zwangerschap of het geven van borstvoeding wordt nu niet meer aanbevolen als een goede methode om een allergie te voorkomen.
Moedermelk is wel het allerbeste om aan een baby te geven en zal de minste kans geven om een allergische reactie te triggeren, aangezien moedermelk gemakkelijk verteerbaar is en het immuunsysteem van een baby opbouwt.
Door met name tijdens de eerste 4 tot 6 maanden borstvoeding te geven, loopt een baby minder risico op eczeem, kortademigheid of koemelkallergie.
Aan kinderen die kans lopen op een voedselallergie en waarvan de moeder geen moedermelk kan geven, wordt geadviseerd om babyformules te geven op basis van gehydrolyseerde eiwitten in plaats van koemelk of sojaformules.

Vanaf 4 of 6 maanden kunnen babies babyvoeding krijgen op basis van 1 enkel ingrediënt uit fruit (appels, peren en bananen) of groenten (groene groenten, zoete aardappels en wortels) en granen (rijst of haver), die één voor één worden geïntroduceerd met tussenpozen van drie tot vijf dagen.
Door steeds vijf dagen te wachten met de introductie van het volgende voedingsmiddel krijgen verzorgers de kans om een voedingsmiddel dat allergische reacties oproept, te identificeren.

Eieren, zuivel, pinda's, noten, vis en schaaldieren dienen ook tijdens deze periode van 4 tot 6 maanden na de geboorte worden aangeboden. Het is geen goed idee om de blootstelling aan zulke voedingsmiddelen te lang uit te stellen omdat zo de kans op een allergie juist wordt vergroot.
Wanneer u vermoedt dat uw kind een allergie ontwikkelt omdat het in de familie zit is het juist nog belangrijker om het kind zo vroeg mogelijk aan dit voedingsmiddel bloot te stellen, maar dit vooral onder begeleiding van een allergie-specialist te doen.