Afgelopen week ontspon zich een levendige discussie tussen enerzijds een goed ingelezen diëtist, die er dit artikel aan wijdde en anderzijds een enthousiaste paleo/fitness-foodie. De fitness-foodie maakte zich er wat gemakkelijk van af door de eiconsumptie vol overgave te omarmen zonder met feitelijke argumenten te komen.

Het belangrijkste bezwaar tegen de consumptie van eieren is altijd geweest dat het een bron van cholesterol is, wat een gevaar voor de (hart)gezondheid zou opleveren. Zou, want zoals twee weken geleden al geconstateerd werd, is de belangrijkste oorzaak voor aderverkalking niet cholesterol maar een verhoogd homocysteïnegehalte, waarmee het gehalte aan cholesterol in de voeding van praktisch nul en generlei waarde is geworden.
Bovendien is er niet een heel sterke relatie tussen het cholesterolgehalte in de voeding en de feitelijke cholesterolspiegel: consumeert u meer cholesterol, dan maakt het lichaam normaal gesproken minder cholesterol aan en andersom, tenzij u een genetische afwijking heeft en van nature te veel cholesterol aanmaakt.

De enige 'vlieg in de stroop' is de bevinding dat wie veel cholesterolrijke voeding zoals eieren consumeert, een grotere risico heeft op diabetes. Wat kan daar nu de oorzaak van zijn?
Het lijkt er op men zich in de Gezondheidsraad, die de voedingsadviezen samenstelt voor het Voedingscentrum en dus voor Nederlanders, vaak verlaat op Amerikaanse onderzoeken.
De leefstijl van veel Amerikanen is echter heel anders dan dat van de meeste Nederlanders en Europeanen.
Eén aspect ervan is dat het in de VS veel gewoner is om het ontbijt buitenshuis te nuttigen. Een all-American ontbijt kan genoeg calorieën opleveren om de gehele dag op te teren en eieren zijn een essentieel onderdeel van zo'n mega-ontbijt. Als je dan in aanmerking neemt dat dit ontbijt bij lange na niet de enige maaltijd is en er ook zeer veel frisdrank wordt gedronken en er bovendien weinig aan lichaamsbeweging wordt gedaan, is dat een regelrecht recept voor diabetes.

Het donkerbruine vermoeden dat de leefstijl van Amerikanen een nodeloos slecht licht werpt op ei-consumptie leidde ertoe dat drie wetenschappers besloten te kijken of er een verschil is tussen het risico op diabetes bij mensen met een hoge ei-consumptie in de VS of daarbuiten. Ze deden een meta-analyse, dwz. ze vergeleken onderzoeken met elkaar, waarin in totaal ruim 200 duizend mensen zijn gevolgd.
Kijkend naar de groep met de hoogste en de laagste ei-consumptie, bleek er bij Amerikanen een 39% hogere kans op diabetes type 2 te zijn, terwijl dat risico 0% bleek te zijn bij niet-Amerikanen.
Kortom, het vermeende verband tussen diabetes en het eten van veel eieren blijkt ruis te zijn.

Wanneer u niet allergisch op ei reageert noch morele bezwaren ertegen heeft, kunt u met een gerust hart een eitje tikken: zorg er wel voor dat het vers is als u ze graag zacht gekookt consumeert om zo het risico op salmonella-besmetting te verminderen.

Dat hangt er van af hoeveel kcal u daardoor consumeert. Met name bij flink overgewicht is matiging van koolhydraatinname en toename van de eiwitinname van groot belang omdat dit bijna als vanzelf leidt tot verminderde calorie-inname. Mits aan de eitjes niet te veel nodeloze calorieën met een hoge door-eet-factor, bevelen we eieren van harte aan voor het ontbijt. Met andere woorden: groenten, peulvruchten of besvruchten zoals bosbessen of frambozen en geen spek of bacon!
Echter, voor wie actief is en een laag vetpercentage heeft, is afdoende koolhydraatconsumptie uit vezelrijke traag verterende bronnen zoals peulvruchten en (zoete) aardappelen ook essentieel voor behoud van fitheid en het ondersteunen van een goed werkende schildklier.
Zij zullen als ze uit ijdelheid of voor een sportwedstrijd strakker willen worden, dan helaas een wat vetarmer dieet moeten omarmen en het moeten doen met wat minder dooiers en meer ei-eiwitten.

Fosfatidylcholine is een zeer belangrijk bestanddeel van celmembranen en ook een pre-cursor voor de belangrijke neurotransmitter acetylcholine. Als zodanig is fosfatidylcholine dus heel belangrijk voor het leerproces en de fijne motoriek. Fosfatidylcholine is zo'n belangrijk bestanddeel in lecithine dat de twee termen soms als synoniemen gebruikt worden, wat niet helemaal klopt. Behalve dat PC goed is voor de hersenen en de spieren, zijn er aanwijzingen dat fosfatidylcholine schade die door hepatitis aan de lever wordt aangebracht, kan verminderen. Ofschoon lecithine als eerste in eidooiers werd aangetroffen en de eerste onderzoeken daarmee zijn gedaan, is soja-lecithine nu de meest gebruikte bron vanwege de geringere kans op bacteriële besmetting.  

Get every new article on your mail