vitamine E

Vitamine E werd voor het eerst ontdekt in 1922 toen werd vastgesteld dat zonder een bepaalde 'vruchtbaarheidsfactor' in de voeding, er geen zwangerschap mogelijk was en er ook geen vruchtbaar sperma ontstond. Pas in 1938 werd de structuur van de bekendste vorm, alfa-tocoferol ook daadwerkelijk opgehelderd.

Pas vele jaren later, werd in 1964 ontdekt dat er nog een variant bestaat, te weten tocotriënol. Het overgrote deel van het onderzoek is daardoor gedaan op de bekendste variant, de tocoferolen. Zelfs vandaag de dag wordt nog maar in 1% van de teksten over tocotriënolen geschreven. Na de ontdekking van tocotriënolen duurde het namelijk tot ver na 1980 toen er gezondheidsvoordelen aan werden toegekend.

Vitamine E kan worden onderverdeeld in twee groepen, tocoferolen die veruit de bekendste vorm is en de minder bekende tocotriënolen.
Chemisch gezien lijken tocotriënolen heel sterk op tocoferolen, ze hebben ook net als tocoferolen vier configuraties (alfa, beta, gamma en delta) en het enige verschil ligt in een paar chemische verbindingen. Maar het is juist dat kleine verschil wat een groot gevolg heeft. Kennelijk is het juist daardoor waarom tocotriënolen veel sterker betrokken zijn bij tal van biologische processen zoals het moduleren van genexpressie en het regelen van bepaalde vitale enzymfuncties.

Het wordt langzamerhand duidelijk dat al die onderzoeken waarin er niet zo veel positieve resultaten werden gevonden bij toediening van vitamine E, faalden omdat er uitsluitend gebruik werd gemaakt van de bekendste variant, alfatocoferol en er geen andere varianten werden gebruikt. Als u nu nog steeds een vitamine E-supplement gebruikt met alleen tocoferol doet u zichzelf te kort. Ofschool tocoferol wel degelijk belangrijk is voor met name de vruchtbaarheid, valt dat in het niet bij de gezondheidsvoordelen van tocotriënolen.

Tocotriënolen worden van nature aangetroffen in de olie afkomstig van merendeels granen zoals rijst, tarwe, gerst, rogge en haver. Maar de allerhoogste concentratie is te vinden in rode palmolie, die afkomstig is van de Afrikaanse palmnoot, die de karakteristieke rode olie levert, waarmee vooral in West-en Centraal-Afrika veel gebakken wordt.
Ofschoon tocotriënolen daarin wel van nature voorkomen, is de concentratie ervan zo laag dat er geen orthomoleculaire gezondheidseffecten van te verwachten zijn .

Het grootste deel van het onderzoek op tocotriënolen is in de negentiger jaren gedaan door dokter Tan, die het eerst isoleerde uit rijst, later uit palm olie en nog later ook uit anatto. Anatto is een Zuid-Amerikaanse plant, die ook als natuurlijke kleurstof wordt gebruikt.

De gezondheidsvoordelen van tocotriënolen gaan erg ver, zover zelfs dat ze invloed hebben op een veelvoud van ziekten zoals ongewenste celdeling, cholesterol, hartziekten en diabetes. Het meeste onderzoek is gedaan bij dieren en in het laboratorium op cellijnen, waar erg positieve resultaten uit komen. Bij mensen is er nog maar heel weinig onderzoek gedaan en de resultaten zijn niet altijd even consistent.
Onderzoekers hebben in ieder geval ontdekt dat tocotriënolen een positieve invloed hebben op ongewenste celdeling omdat beschadigingen in het DNA en aan cellen kunnen verminderen en voorkomen. Dit geldt voor een aantal verschillende tumoren zoals die van de prostaat, borst en huid.

Wat cholesterol aangaat, blijken tocotriënolen uit palmolie het vermogen te hebben om bloedvaten te reinigen van cholesterol. Van de 4 typen tocotriënol blijkt gamma-tocotriënol zelfs in staat om ook de vorming van cholesterol in de lever af te remmen. In een medische studie werd aan patiënten tweemaal per dag 240mg tocotriënolen (uit palmolie) gegeven gedurende een periode van 3 jaar. Al na anderhalf jaar hadden patiënten, die leden atherosclerose aanzienlijk minder cholesterol in hun bloedvaten. Ook blijkt dat het delta-type de aanwas van bloedplaatjes vermindert en daardoor ervoor kan zorgen dat er geen overdadige bloedklontering plaats vindt.
Tocotriënolen beschermen het hart ook op andere manieren, ze blijken de vorming van nieuwe bloedvaatjes te bevorderen, wat van groot belang is als bloedvaten door een incident ineens geblokkeerd raken.

Een populaire toepassing van tocotriënolen is als antioxidant op het gebied van antiveroudering in kosmetische middelen. Ze vormen namelijk een goede bescherming tegen vrije radicalen die ontstaan bij UV-straling.
Tocotriënolen blijken in staat om de huid daartegen te beschermen en kunnen ook beter door de huid heen dringen dan tocoferolen dat doen.

Tocotriënolen blijken niet alleen effectief qua bescherming tegen ongewenste celdeling, te hoge cholesterolwaarden en bij diabetes, maar kunnen ook bloeddrukverlagend werken. Bij een speciaal type laboratoriumratten, die sneller last krijgen van hoge bloeddruk, zakte die al binnen 3 maanden na supplementatie in de voeding. Een ander positief effect op hartgezondheid is de verlaging van het homocysteïnegehalte.

Ook het brein wordt beschermd door tocotriënolen. Dat was al eerder gebleken bij onderzoek in het lab en bij dieren, waar ontdekt wred dat tocotriënolen in staat zijn om ontstekingsbevorderende stoffen om te zetten naar onschadelijke stofjes. Pas in 2014 werd dan bij een onderzoek op mensen, die leden aan een hartziekte of waar er sprake was van schade in het brein (zogenaamde 'witte vlekken' ofwel 'white lesions'). Hiervan wordt vermoed dat het de reden is dat het leervermogen met het stijgen van de leeftijd, zo sterk afneemt
Waar de ene groep een placebo kreeg, kreeg de andere groep twee jaar lang 200mg gemengde tocotriënolen.
Bij de placebo-groep nam de omvang van de hersenschade toe. Maar in de groep, die tocotriënolen slikte, bleef de omvang gelijk. Het verschil tussen beide groepen was statistisch significant en daarmee was dit de eerste keer dat werd geconstateerd dat nuttiging van een eenvoudig vitamine E-supplement ook bij mensen een positief resultaat had.

Sinds die tijd zijn tocotriënolen gaandeweg steeds populairder geworden, zodanig zelfs dat velen zich uitsluitend focussen op deze variant van vitamine E. Dat zou een vergissing zijn, het strekt namelijk nog steeds tot aanbeveling om beide varianten te nemen.

Voor therapeutische doeleinden gebruikt men veelal een dosis van 140 tot 360mg per dag, maar voor regulier dagelijks gebruik is 40-50mg per dag ruim voldoende. Omdat er onvoldoende onderzoek mee is gedaan, wordt gebruik door kinderen afgeraden. Er is zelfs nog geen officiële Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid voorhanden voor tocotriënolen.

Er wordt vaak gedacht dat het mogelijk is om een effectieve dosering van tocotriënolen binnen te krijgen via de voeding, waarbij men er van uitgaat dat slechts 1 theelepel rode palmolie voldoende zou zijn. Dat is niet waar: voor een effectieve dosering zouden er 2 grote mokken per dag nodig zijn, waarmee men een onacceptabele hoeveelheid kcal binnenwerkt.
Helaas is alleen door extractie een afdoende hoeeelheid tocotriënol te verkrijgen. Een heel goede bron van tocotriënolen is die verkregen wordt uit biologische palmolie. Wat verder bewerkte olie is ook nog zinvol, maar dan vooral wanneer er tevens nuttige fytonutriënten in zitten zoals fytosterolen, squaleen en andere carotenoïden.

Get every new article on your mail