Wat is de relatie tussen religie en voeding? Veganisme en joodse spijswetten

Wat is de relatie tussen religie en voeding?

In de afgelopen weken waren er twee gebeurtenissen die me lieten stilstaan bij het fenomeen dat vegetarisme zo langzamerhand een wig drijft tussen overtuigde vegetariërs en die-hard vleeseters.
Waar vroeger veganisme een zeldzaamheid was, lijkt het ineens iets te zijn wat 'iedereen', die hip is en er bij wil horen, lijkt te omarmen.
Daarentegen is vooral de 'man en vrouw in de straat' nog heel erg gehecht aan hun stukje vlees.
Dat bleek weer eens toen het decembernummer van de Allerhande verscheen, een uitgave waar culi-liefhebbers zich enorm op verheugen, en dit exemplaar ineens bomvol stond met vegetarische recepten.
Uit het vegakamp klonk gejuich, terwijl gejammer en afschuw te horen was bij de culinair ingestelde vleeseter: "Waar is het recept voor een mooie kerstrollade?" en "heb ik me hier nu al maandenlang op verheugd?"
Hierdoor bleek maar weer eens hoe mensen zich verschansen achter hun eigen standpunt en de eigen mening hierover bijna religieuze proporties aanneemt.
Dit valt nog in het niets bij de hatelijke opmerkingen die Nas, een populaire Palestijnse vlogger ten deel vielen, toen hij in zijn Nas Daily een micro-vlog  maakte over Tel Aviv, wat de vegetarische hoofdstad van de wereld wordt genoemd. 

Deze twee gebeurtenissen zetten me aan tot het dieper graven naar het verband tussen godsdienst en voeding en meer in bijzonder naar joodse en islamitische spijswetten.

Voeding: het laatste bolwerk van je geloof?

Een populair spreekwoord luidt "je bent wat je eet" en dat is des te meer van toepassing op geloof. Je zou in feite ook het omgekeerde kunnen zeggen, namelijk dat voor een gelovige geldt dat je datgene bent wat je NIET eet.

Voor mensen, die het joodse geloof aanhangen is het belangrijk dat voedsel is bereid volgens de Joodse spijswetten, die kashrut heten. 
Voedsel dat op de juiste wijze is bereid, heet kosher (koosjer).
Koosjer is een Hebreeuws woord dat 'geschikt' betekent. Als een levensmiddel het label 'koosjer' krijgt, betekent het dat het voldoet aan de joodse spijswetten. Daarentegen betekent het woord 'taref' dat voedsel niet geschikt of toegestaan is volgens de joodse spijswetten.
Voedsel dat 'taref' is volgens de joodse spijswet is varkensvlees, schelpdieren, alle insecten en reptielen evenals alle producten die er uit afkomstig zijn.
Het is ook niet toegestaan om vlees met zuivel te combineren. Bij orthodox joodse gezinnen worden ook het kookgerei en het servies apart van elkaar bewaard.
Het is ook heel belangrijk dat het dier dat wordt gegeten, op de juiste wijze is geslacht. Een joods rituele slachting heet shechita.

Het is zeer opvallend hoeveel gelijkenis er is tussen joodse en islamitische spijswetten. Niet alleen delen ze de afschuw voor varkensvlees, maar ook worden soortgelijke bewoordingen gebruikt voor 'goed' en 'slecht' voedsel. Zelfs de slachtwijze komt overeen en heeft ook een eigen naam.
Voor een moslim is voedsel dat is toegestaan in de islamitische spijswet 'halal' wat 'toegestaan' of 'wettig' betekent.
Aan de andere kant duidt het woord 'haram' aan wat niet is toegestaan volgens dezelfde spijswetten.
Voedsel dat 'haram' is volgens de islamitische spijswet zijn dieren die niet zijn gedood met het doel van (menselijke) consumptie en die een natuurlijke dood stierven, varkensvlees en afgeleide producten, bloed en alcoholische dranken.
De islamitisch rituele slachtwijze heeft ook een eigen naam: 'dhabihah'.

De verschillende religieuze spijswetten hebben een dubbel doel: ze brengen mensen bij elkaar; als we allemaal hetzelfde voedsel eten maakt dat het gemakkelijker om samen een feestmaaltijd te eten.
Paradoxaal genoeg is het tweede doel het omgekeerde, namelijk om mensen uit elkaar te drijven en grenzen te leggen tussen verschillende gemeenschappen om zo onderscheid te maken en en een eigen identiteit te vormen.
Zelfs voor mensen, die zich niet langer religieus noemen, maar wel religieus zijn opgevoed, blijkt het moeilijk te zijn om allerlei spijswetten, die ze als kind hebben aangeleerd, volledig te laten vallen.
Is het dus zo dat voor wie besloten heeft om het geloof te laten vallen, voeding het laatste bolwerk is van hun geloof?

Van oudsher is voedsel dus een middel om mensen zich te laten identificeren met hun geloof.
Zo ontstond er na de Tweede Wereldoorlog het gebruik onder joodse ouders om hun kinderen te zeggen dat ze in het openbaar geen varkensvlees moesten weigeren, om niet al te zeer op te vallen in een tijd dat de herinnering aan de gruwelijke Holocaust nog heel recent was.
Een weigering om varkensvlees was namelijk  een overduidelijk teken dat iemand joods was en zodoende leek het overbezorgde ouders beter toe om hun kinderen op die manier te beschermen.
In dat opzicht is het ironisch om te zien dat diezelfde overbezorgde ouders hun kinderen toch Esther of David noemden, twee heel joodse namen.

Verboden pleziertjes

Voor sommige mensen, vooral tieners kan het bevrijdend zijn om tegen de regels in te gaan.
Tieners zullen altijd proberen om de grenzen van de wet op te zoeken en het stiekem eten van voedsel dat niet koosjer of halal is, is dan een manier om de ouders te tarten.
Toch kunnen velen van hen later als volwassenen het dan toch moeilijk vinden om 'haram' voedsel te nuttigen, al zijn ze al lang geleden van hun geloof gevallen.

Voedsel is een krachtig cultureel label en ineens dingen gaan eten die voordien als 'zondig' werden gezien, kan dan wel heel erg ingaan tegen alle normen en waarden waarmee iemand is opevoed.

"Sinds ik volwassen ben, volg ik eigenlijk heel weinig religieuze wetten, alleen nog die paar wetten die me logisch toelijken" zegt Devid, die opgroeide in een orthodox-joodse gemeenschap. "Desondanks kan ik me er niet toe brengen om ooit varkensvlees of schaaldieren te eten, ik heb dat gewoon nooit over mijn lippen kunnen krijgen".
Devid weet niet of dit enige relatie met God heeft.
"Ik denk eigenlijk dat ik mezelf op een gegeven moment ervan heb overtuigd dat ik gewoon niet van dit soort voedsel houd, zodat ik ze ook niet hoef te eten, vooral omdat ik die al van kinds af aan niet heb mogen eten".
Daarop voegt hij toe "Het overtreden van andere joodse religieuze wetten of zuivel te combineren met het eten van vlees heb ik nooit zo'n punt gevonden.
Maar het is vooral het eten van 'taref' [zondig] voedsel wat me echt niet lukt te doen."

Feesten en vasten

Het gaat bij de meeste religies niet alleen om verboden voedsel, maar vaak ook om vastentijden en allerlei andere beperkingen op bepaalde dagen van het jaar. Ook hieraan houden vele niet-meer-gelovigen nog lang vast.

Nariman, een voormalige moslima uit Egypte zegt "Jaren nadat ik gestopt was met het naleven van de islamitische geloofsregels, bleef ik nog steeds meedoen aan het vasten tijdens de Ramadan. Ofschoon ik dat tegenwoordig meestal niet meer doe, doe ik toch meestal uit nostalgische gevoelens elk jaar toch wel een paar dagen mee.
Als ik meedoe aan de Ramadan, voel ik me meer verbonden met anderen, die wel aan de ramadan meedoen. Niet alleen met familie en vrienden, maar ook met miljoenen anderen die ik helemaal niet ken, maar waarmee we allemaal het zelfde gevoel delen, namelijk samen honger (en dorst) lijden en allemaal tegelijk gaan eten na zonsondergang."
Nariman zegt dat ze het gemakkelijker vond om andere religieuze spijswetten op te geven dan om niet meer mee te vasten tijdens de Ramadan. "Dat was echt het laatste wat ik opgegeven heb".
"Misschien komt het omdat ik als kind al zo trots was dat ik met de volwassenen mee mocht doen. Het was een teken dat je volwassen genoeg werd geacht.
Zodoende breng ik het vasten tijdens de Ramadan altijd in verband met een gevoel van trots, het bewijs dat ik ook iets echt kan."

Nariman zegt dat het eerst niet goed voelde om de religieuze spijswetten te negeren, die voorschrijven wat je wanneer mag eten omdat het iets is wat je van jongs af aan is ingeprent.
"Aan de ene kant geeft het een bevrijdend gevoel, maar aan de andere kant is het heel spannend en soms zelfs eng.
Als ik zover kan gaan dat ik een bacon-sandwich ga eten tijdens de ramadan, waar ligt dan nog de grens?"

Een groepsritueel

Samen eten kan een groepsritueel zijn, iets wat centraal staat bij veel religies en meer algemeen gesproken mensen het gevoel geeft dat ze bij een groep horen.
De Britse antropoloog Mary Douglas omschreef in haar boek Natural Symbols (1970) hoe de Iers-katholieke gemeenshap in Londen er veel waarde aan hechten om vast te houden aan de gewoonte om op vrijdag geen vlees te eten.
Door nog steeds vast te houden aan de gewoonte om op vrijdag vis te eten, terwijl elders katholieken dat steeds minder deden, lieten Ieren zien dat ze nog steeds loyaal waren aan hun thuisland en geloof.
Talloze 'afvallige' katholieken en christenen besluiten elk jaar om tijdens de vastenperiode voor Pasen om lekkers zoals chocolade te laten staan, terwijl ze dat niet per sé zien als een of andere vorm van religieuze boetedoening.

Religieuze feesten geven deze persoonlijke uitdagingen een betekenis, maar mensen vinden het gemakkelijker om zo'n uitdaging succesvol tot een einde te brengen als ze zich gesteund weten door talloze anderen, die hetzelfde doen.

Net zoals alle rituelen, heeft eten een grote symbolische waarde.
Het voedsel dat we in onze mond stoppen is niet alleen brandstof: het stelt ons ook in staat om uit te drukken wie we zijn, tot welke cultuur we behoren en welk moreel standpunt we aanhangen.

Om maar een voorbeeld te noemen: sommigen voelen zich ertoe geroepen zich te onthouden van het eten van vlees, terwijl anderen juist vinden dat ze de natuur het beste respecteren door zelf voedsel te foerageren en streekgerechten te bereiden, die bij hun cultuur passen.
Geloof is maar een van de vele richtlijnen, die we volgen als het er om gaat wat we wel of niet eten.

Waarom is veganisme zo populair bij joden?

Een van de hoofdredenen dat veganisme populair is bij joden is dat het gemakkelijker en goedkoper is om de complexe joodse spijwetten na te leven door veganist te zijn. Vooral nieuwe aanhangers van het joodse geloof zullen het dan gemakkelijker vinden om een koosjere leefstijl vol te houden.
Een veganist hoeft zich dan niet langer druk te maken over het apart houden van de gerechten en serviesgoed met vlees en zuivel, noch met de regel dat je 3 tot 6 uur moet laten tussen het eten van vlees en zuivelgerechten. En zo zijn er nog heel veel andere regels die een niet-vegetariër moet volgen wanneer ze zich aan de joodse spijswet (kashrut) willen huden. Een veganist zal dan nooit per ongeluk bloed of het vlees van een niet-koosjer geslacht dier eten.
Zo zijn er veel mensen die de kashrut niet langer wensen te volgen omdat het gewoon zoveel kosten met zich meebrengt koosjer te eten. Die bezwaren gelden niet langer wanneer ze een koosjer veganistisch dieet volgen.

Veganisme in de joodse geschiedenis

Er zijn heel veel voorbeelden te vinden in de joodse geschiedenis, waarbij joden in staat waren om aan de joodse spijswetten vast te houden door tijdelijk vegetarisch te eten. Zo staat er in de bijbel beschreven hoe Daniel en zijn metgezellen niet-koosjer voedsel vermeden tijdens hun gevangenschap in het hof van de Babylonische koning Nebukadnezar (Daniel 1:8-16).
Ook vertelt men over hoe Joodse priesters in Rome uitsluitend vijgen en noten wilden eten om zo niet-koosjer vlees te vermijden.
En zo zijn er nog talloze soortgelijke verhalen in de joodse bijbel, de Torah te vinden.

De Torah is heel positief over vegetarisch voedsel. Vlees daarenegen wordt geassocieerd met gebrek aan smaak of zelfs met wellust althans met het gebrek aan zelfbeheersing wanneer het om consumptie van vlees gaat.
In het Hooglied wordt bij het omschrijven van 'goddelijke overvloed' alleen gesproken over fruit, groenten, druiven en noten.

Ook is er geen speciaal zegeningsritueel bij het eten van vlees of vis, zoals dat er wel is voor andere levensmiddelen als brood, cake, wijn, fruit en groenten. De zegening voor vlees, melk en eieren is een heel algemene, dezelfde als die voor water, sap en soep.

Joodse feestdagen

Sommige joden denken dat het noodzakelijk is om op religieuze feestdagen en de sabbath juist wel vlees te eten. Maar dat klopt niet, de Talmoed en veel andere klassiek joodse bronnen schrijven voor dat joden op religieuze feestdagen geen vlees hoeven te eten, een viering met wijn is afdoende.

Een aantal moderne rabbi's geven veel bronnen aan die aantonen dat joden geen vlees hoeven te eten. Sterker nog, veel voorname rabbi's zijn zelf ook strikte vegetariërs. Kortom, er is dus geen tegenstelling tussen het joodse geloof, de te volgen spijswetten en veganisme. Sterker nog, veganisme blijkt een leefvorm te zijn die het beste overeenkomt met een correcte joodse leefwijze.

Waarom is juist Tel Aviv de vega-wereldhoofdstad?

Voor wie zich nog afvraagt waarom Israël en meer specifiek Tel Aviv het hoogste percentage veganisten in de wereld telt, zijn er naast de hiervoor genoemde religieuze redenen een aantal andere voor de hand liggende redenen.
Dankzij het zonnige klimaat wordt vlakbij Tel Aviv fruit en groenten van zeer hoge kwaliteit geteeld. Je kan dit aan de kleur zien, aan de smaak proeven en in de geur ruiken.
Bovendien zijn Israelis erg liberaal en vooruitstrevend. Tel Aviv is een opwindende stad met een jonge bevolking. Een groot deel van de aantrekkingskracht ligt er in dat er heerlijk vegetarisch voedsel wordt bereid, dat zelfs hardcore vleeseters lekker vinden.
Een goed voorbeeld is wel hoe een populair Oost-Europees restaurant dat vooral bekend stond om haar vleesgerechten van de ene dag op de andere alleen nog veganistsch voedsel aanbood nadat de eigenaar zelf veganist werd. Wonder boven wonder liepen de vaste klanten niet gillend weg, maar bleven om te genieten van het avontuurlijker menu. 
Denk daar maar eens aan wanneer uw favoriete culinaire tijdschift met kerst wat meer vegetarische recepten dan gebruikelijk opneemt en omarm de kans om eens buiten de gebaande paden te gaan. Er blijven nog genoeg bronnen over voor meer traditionele gerechten. 

Aan artikel gerelateerde producten

Get every new article on your mail